Overerving 2017-08-11T12:16:07+00:00

De overerving van Li-Fraumeni syndroom (LFS)
LFS erft autosomaal dominant. Dit houdt concreet  in, dat als u géén drager bent van ouders met het Li-Fraumeni syndroom, dat u het ook niet kan doorgeven aan de volgende generaties.
Een willekeurig mens kan daarentegen wel de mutatie spontaan krijgen (en weer doorgeven)

Autosomaal dominante ziekten.
Autosomaal dominante ziekten, zijn erfelijke ziekten waarbij één enkele mutatie in één kopie van een autosomaal gen volstaat om de ziekte te ontwikkelen. Een persoon met een dergelijke ziekte heeft dus één mutant en één normaal ziekte-gen. Een autosomale mutatie kan overgeërfd zijn van vader of moeder, die dan ook de ziekte hebben. Anderzijds kan de mutatie ook ontstaan zijn bij de patiënt’, en wordt dan nieuwe mutatie,de novo mutatie of de ‘spontane mutatie’ genoemd. Elke patiënt met een autosomaal ziektebeeld heeft een risico van 1 op 2 op een kind met hetzelfde ziektebeeld, alhoewel de ernst van het ziektebeeld kan wisselen van persoon tot persoon, zelfs binnen éénzelfde familie. Bon: www.erfelijkeziekte.be

Stamboom met een autosomaal dominant erfelijke ziekte

stamboom

stamboom

Stamboom met een autosomaal dominant erfelijke ziekte die van grootvader(boven links) naar zijn 2 zoons en dochter(middelste rij) werd doorgegeven. De zoon(middelste rij rechts) heeft de ziekte op zijn beurt doorgegeven aan zijn zoon en dochter(onderste rij).

Een overerving schema, zoals de klinische genetische centra’s gebruiken:

gecd_01_img0122

gecd_01_img0122

(Gale Group)

Hoe zit het bij de toekomstige LFS generaties worden het er meer of minder?

Voor het verklaren van een zeldzaam ziektebeeld, en de daarbij voorkomende (gelukkig!) lage frequentie van voorkomen in de bevolking gelden een aantal principes.

Ten eerste: zoals bekend is bij dominante aandoeningen is het gemiddeld aantal mensen dat een mutatie doorgeeft aan een kind 50%.Ten tweede: nieuwe families ontstaan door zo geheten ‘nieuwe mutaties’ (die nadat ze zijn ontstaan erfelijk zijn voor 50%)

Toch heeft niet iedereen LFS, gelukkig. De reden hiervan is dat de kans op succesvol voortplanten bij een ernstige aandoening lager is dan gemiddeld. Het aandeel mensen dat een mutatie erft + het aantal nieuwe mutaties bepaalt de frequentie van voorkomen.

Dit principe leidt tot een verondersteld evenwicht (Het zo geheten Hardy Weinberg equilibrium): In een stabiele populatie is het aantal nieuwe mutaties gelijk aan het aantal kinderen dat minder geboren wordt als gevolg van wat genoemd wordt verminderde reproductieve fitness (=De kans op nageslacht. Voor de algemene bevolking wordt deze gesteld op 1.0 Voor LFS zal die een beetje lager zijn).

De consequentie is dat de aandoening in evenwicht is met zichzelf, onder de aanname dat er geen externe factoren veranderen. Het aantal nieuwe mutaties moet je constant veronderstellen. De hamvraag is dus nu of de toename van de kennis over LFS zal leiden tot een relatieve toename, of juist een afname van het gemiddeld aantal kinderen dat een drager krijgt. Het zou dus kunnen dat de frequentie van LFS toeneemt in de bevolking, maar deze zou net zo goed kunnen afnemen.

Bron: Senno Verhoef – klinisch geneticus NKI/AVL